Inspecties niet onafhankelijk

Voor een betrouwbare inspectie van machines en industriële en elektrische installaties is de onafhankelijkheid van de inspecteur van het grootste belang. Toch komt die onafhankelijkheid regelmatig in het geding, zo blijkt bijvoorbeeld uit onderzoek naar de periodieke keuring van liften in Nederland.

Veel keuringsinstanties blijken te werken vanuit grootschalige contracten met onderhoudsfirma's. En die hebben een belang bij de uitkomsten van de installatie-inspectie. Ook bij machinekeuringen en inspecties van industriële installaties volgens onder meer de NEN 3140 en de machineveiligheidsnormen kan dit voorkomen. Maar daarover strekte het onderzoek van SZW nog niet uit.
 
Begin dit jaar werd een nieuw stelsel voor liftkeuringen van kracht, waarin ruimte is voor het opdragen van keuringen door onderhoudsfirma's. De Inspectie SZW (voorheen Arbeidsinspectie) deed onderzoek naar de gevolgen hiervan. En die zijn niet positief: nog maar twee van de zes in Nederland aanwezige certificerende keuringsinstanties (CKI's) van liften opereren compleet onafhankelijk.
 
Borgen
De andere vier zijn in meer of mindere mate afhankelijk geworden van de onderhoudsbedrijven die grootschalig keuringen bij hen inkopen. Bij één van deze instanties is de afhankelijkheid zelfs 90 procent. Bovendien blijken de CKI's eerder met de overheid gemaakte afspraken over het borgen van hun onafhankelijkheid slechts gedeeltelijk te zijn nagekomen.
 
Het Liftinstituut roept de overheid dan ook op haar verantwoordelijkheid te nemen en ervoor te zorgen dat liftkeurders niet economisch afhankelijk worden van liftonderhoudsbedrijven. Dat kan bijvoorbeeld door periodieke liftkeuringen in opdracht van deze bedrijven te verbieden en uitsluitend de eigenaar van de lift als opdrachtgever te accepteren.

Bij machine- en industriële installaties is dit reeds het geval. In dit segment zijn de inspectiebedrijven daarom bezig hun eigen onafhankelijkheid en vakbekwaamheid naar de eigenaar toe te waarborgen.

Bron: NEN, 21 mei 2012