Na 2020 daling uitbreidingsvraag.
Lange termijn vooruitzichten nieuwbouwwoningen matig.

Zowel in 2013 als in 2014 blijft de bouwproductie krimpen. Door de recessie staan investeringen in bedrijfsgebouwen op een laag pitje. Gemeenten en provincies bezuinigen op hun uitgaven voor infrastructuur en de vastgelopen woningmarkt zorgt voor minder verkopen van nieuwbouwwoningen. Bij een aantrekkende economie en herstel van de woningmarkt kan op middellange termijn de vraag naar nieuwbouwwoningen wel weer aantrekken. Na 2020 neemt door een lagere groei van het aantal huishoudens de uitbreidingsvraag naar nieuwbouw echter sterk af. Dit stelt het ING Economisch Bureau in het vandaag verschenen kwartaalbericht bouw.


Bouw blijft krimpen in 2014
Voor geheel 2013 verwacht ING Economisch Bureau een afname van de bouwproductie van 5,5%. Als gevolg van grote overcapaciteit is er hevige concurrentie voor het schaarse aantal opdrachten die wel op de markt komen. Orderboeken van vooral bouwbedrijven in de B&U sector zijn dan ook slecht gevuld al lijkt de krimp er wel uit. Het aangekondigde bezuinigingspakket van 6 miljard zet in 2014 de bouwproductie onder druk. Bouwbedrijven worden daardoor ook in 2014 geconfronteerd met een lichte daling (-1%) van het bouwvolume.

45.873 nieuwbouwwoningen gebouwd in 2012
In 2012 werden er volgens het CBS 45.873 nieuwbouwwoningen aan de voorraad toegevoegd. De verwachting is dat het aantal gereedgemelde nieuwbouwwoningen in 2013 verder zal dalen. In 2012 kwamen er ook 42.000 woningen bij door opsplitsing en verandering van de gebruiksfunctie zoals transformatie van leegstaande kantoren naar appartementen. Doordat er ook woningen gesloopt en samengevoegd zijn en een andere bestemming kregen dan wonen, nam de totale voorraad volgens de voorlopige cijfers netto toe met 62.350.

Tot 2020 stabiele uitbreidingsvraag naar woningen
Er is een sterk verband tussen de ontwikkeling van het aantal huishoudens en nieuwbouw. In het begin van de jaren '80 nam het aantal nieuwbouwwoningen en het aantal huishoudens jaarlijks toe met circa 120.000. In 2012 is er nog maar sprake van een toename van 46.000 nieuwbouwwoningen en ook van een bijbehorend veel lager aantal huishoudens. Tot 2020 blijft naar verwachting het aantal huishoudens nog groeien met meer dan 50.000 per jaar. Dit kan bij een aantrekkende economie en herstel van de woningmarkt leiden tot een (tijdelijke) uitbreidingsvraag naar (nieuwbouw)woningen.

Aantal nieuwe benodigde woningen neemt vanaf 2020 flink af
Op langere termijn is de verwachting dat de uitbreidingsvraag naar nieuwbouw op basis van de huishoudprognoses daalt. Na 2020 gaat de verwachte jaarlijkse groei van het aantal huishoudens namelijk dalen tot 26.000 in 2030. De langjarige trend die zich al decennia voordoet zet zich voort. Ook de uitbreidingsvraag van de woningvoorraad door nieuwbouw zal hierdoor afnemen en op lange termijn een blijvende structurele druk op de nieuwbouwproductie van woningen zetten.

Nieuwbouw aantrekkelijker maken dan bestaande bouw
Projectontwikkelaars, ontwikkelende bouwers en aannemers actief in de woningbouw zullen dus ook op lange termijn te maken krijgen met een afnemende uitbreidingsvraag. De vraag naar “wonen” blijft uiteraard wel bestaan. Meer dan 7 miljoen huishoudens zullen de komende jaren ergens wonen en hebben specifieke woonwensen. Van de woningen die jaarlijks verkocht worden, is nu minder dan 15% nieuwbouw. Om dit aandeel te laten groeien zal de bouwsector er voor moeten zorgen dat potentiële woningkopers nieuwbouw aantrekkelijker gaan vinden dan bestaande bouw. Hierdoor kan de productie van nieuwbouwwoningen, ondanks de afnemende huishoudensgroei toch op een hoger niveau blijven. Nieuwbouwwoningen hebben ten opzichte van bestaande woningen in hetzelfde gebied het voordeel dat zij nog niet gebouwd zijn en daardoor zo aantrekkelijk mogelijk ontworpen en gebouwd kunnen worden voor potentiële kopers.

“De markt is veranderd en een nieuwe werkelijk ontstaat”, aldus Jan van der Doelen, ING sectormanager Bouw en Vastgoed, “de ondernemer moet in staat en bereid zijn om hierop het juiste antwoord te formuleren. Duurzaamheid in product en bedrijfsvoering hoort hier onlosmakelijk bij. Klanten verwachten dit meer en  meer. Maar het is ook goed voor de omgeving, het imago en de resultatenrekening van de ondernemer in de bouw” 

Bron: ING, 6 september 2013