Samenwerking bouw en waterschappen biedt goede kansen en perspectieven

De waterbouwmarkt staat de komende jaren voor grote opgaven. Dat staat te lezen in rapport ‘Waterbouw en waterschappen tot 2020’ van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB). Vooral de eerstkomende jaren is er sprake van een belangrijk groeiperspectief, vooral op het gebied van waterkeringen.

Jil Ligterink, voorzitter van de vakgroep civiele betonbouw van Bouwend Nederland: “Het rapport geeft inzicht in de huidige en toekomstige ontwikkelingen.”

Eerder dit jaar tijdens de jaarlijkse Waterschapsdag lieten Elco Brinkman, voormalig voorzitter van Bouwend Nederland, en de voorzitter van de Unie van waterschappen Peter Glas al weten dat samenwerking tussen waterschappen en markt voor Nederland een belangrijke impuls kan zijn om uit de crisis te komen. Want er is de komende jaren veel werk aan de winkel in de waterbouw. En dat is goed voor investeringen, innovaties en werkgelegenheid, zeiden beide voorzitters.

Het zojuist verschenen rapport bevestigt dit beeld. Het EIB verrichtte onderzoek naar de investeringsmogelijkheden voor waterschappen. Daaruit komt naar voren dat door samenwerking tussen bouw en waterschappen een efficiencywinst van 15 procent kan worden geboekt.

Waterveiligheid
De waterschappen hebben op de waterbouwmarkt een aandeel van ruim 35 procent, aldus het rapport. Investeringen en onderhoud leidden in 2012 tot ruim 1 miljard euro waterbouwproductie. Voor de komende jaren is een sterke impuls voor de markt te verwachten door de uitvoering van grote waterbouwprogramma's. Zoals het tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma en Ruimte voor de Rivier. Vooral de investeringen in waterkeringen nemen sterk toe in de jaren 2014-2016.

De waterschapsinvesteringen in waterkeringen liggen in 2015 en 2016 60 procent hoger dan in 2011. De totale waterbouwmarkt zal daardoor de komende jaren naar verwachting groeien naar bijna 3 miljard euro in 2016. Het belang van waterveiligheid hierin neemt de komende jaren toe. Na 2016 lijkt de groei van de markt zich vooralsnog niet door te zetten, meldt het EIB. Dat heeft te maken met de onzekerheid over de beschikbare financiële middelen.

Goed inzicht
Ligterink: “Het EIB-rapport geeft een goed beeld van de huidige en vooral ook van de toekomstige waterbouwmarkt. Wat je duidelijk ziet is dat er op die markt een verschuiving plaatsvindt richting waterkeringen. Daar vooral ligt de komende jaren de belangrijkste opgave voor waterschappen. Voor de bouw biedt dat goede
kansen en perspectieven.”

Het rapport illustreert ook hoe verschillend die waterbouwmarkt eigenlijk is, zegt Ligterink. “Waterschappen zijn qua organisatie en qua marktbeleid nogal verschillend van elkaar. Er is geen sprake van een homogene marktbenadering. Dat maakt het werk ietwat complexer. Bouwbedrijven zullen moeten kijken welk waterschap het beste bij hen 'past' en welke projecten door wie op de markt worden gezet.”

Positief
Ligterink is ondanks de meerjarige onzekerheid die het rapport schetst over de waterbouwmarkt positief over de groeiperspectieven. “Ik signaleer dat er ten aanzien van hoogwaterbescherming heel mooie kansen liggen om tot een solide samenwerking tussen bouw en watermarkt te komen. We zijn als sector heel goed in staat om deze bouwopgaven in te vullen. Dat neemt niet weg dat we ons moeten blijven verbeteren om nog innovatiever zaken aan te pakken en problemen op te lossen. Ik denk dat daar goede kansen liggen voor beide kanten.”

Hij zegt dat er nu tussen de Unie van Waterschappen en Bouwend Nederland overleg is gestart om van beide kanten meer helderheid te krijgen over wat, wanneer en hoe projecten op de markt komen en hoe de bouw zijn innovatiekracht het beste kan inzetten. “Dat overleg is belangrijk om na te gaan wat wij precies voor elkaar kunnen betekenen.”

Bron: Podium, Bouwend Nederland, 17 oktober 2013