Kleinere bedrijven ontzien in nieuwe ontslagstelsel

VNO-NCW en MKB-Nederland zijn blij dat het amendement om kleinere bedrijven in problemen te ontzien in het nieuwe ontslagstelsel is aangenomen. Als het bedrijfseconomisch slecht gaat met een bedrijf met minder dan 25 werknemers en er vallen ontslagen, dan hoeft het bedrijf minder transitievergoeding mee te geven. Over het wetsvoorstel Werk en Zekerheid van minister Asscher en dit amendement daarop werd op 18 februari gestemd. De Wet werd uiteindelijk met brede steun in de Kamer aangenomen.

Dienstjaren
Als gevolg van het amendement van VVD, PvdA en ChristenUnie tellen dienstjaren die al opgebouwd waren vóór 1 mei 2013 niet mee. Dat betekent dat iemand die in 2018 wordt ontslagen om bedrijfseconomische redenen, maar vijf jaar de vergoeding opbouwt, ook al heeft hij twintig dienstjaren. De regeling geldt voorlopig tot 2020. De datum van mei 2013 sluit aan bij de totstandkoming van het sociaal akkoord, het moment waarop een ondernemer kon weten dat hij moest gaan reserveren voor eventuele vergoedingen.

UWV-route
De wijziging is van groot belang voor kleine werkgevers die nu relatief vaak gebruik maken van de UWV-route, stellen de ondernemingsorganisaties. Het ontslagrecht wordt vanaf juli 2015 eenvoudiger en sneller. Het UWV moet binnen 4 weken beslissen, wat nu nog 6 tot 8 weken is. Ondernemers kunnen uitgaven aan (scholings-)inspanningen om de inzetbaarheid en arbeidsmarktkansen van werknemers te vergroten, aftrekken van de vergoeding. Dat geldt ook voor de kosten van bemiddeling van werk naar werk. MKB-bedrijven hoeven voorlopig ook niet de afgesproken hogere ontslagvergoeding voor ouderen te betalen.

Ontslagprocedure
Veel zaken zullen geregeld kunnen worden via beëindigingsovereenkomsten, dus zonder ontslagprocedure, verwachten VNO-NCW en MKB-Nederland. 'Omdat de ontslagprocedure duidelijk is en een heldere uitkomst heeft, is in veel gevallen dus geen UWV of rechter meer nodig.' Een meerderheid in de Tweede Kamer heeft besloten de wijziging van de zogenoemde ketenbepaling met een jaar uit te stellen. Die wijziging houdt in dat werknemers niet na drie jaar, zoals nu, maar al na twee jaar aanspraak kunnen maken op een vast contract.

Bron: VNO-NCW, 19 februari 2014