Sterke stijging orderportefeuille woningbouw

In de woningbouw steeg de orderportefeuille met drie tiende maand naar 8,0 maanden, nadat deze in de maanden mei en april stabiel was gebleven. De orderportefeuille in de utiliteitsbouw bleef voor de tweede opeenvolgende maand stabiel op 7,1 maanden. Per saldo nam in de burgerlijke en utiliteitsbouw de totale orderportefeuille in juni met twee tiende maand toe tot 7,6 maanden.

De orderportefeuille in de grond-, water- en wegenbouw bleef stabiel op 5,7 maanden. Tegenover een stijging van de orderportefeuille in de grond- en waterbouw met twee tiende maand naar 6,4 maanden, stond een daling van de werkvoorraad in de wegenbouw met twee tiende maand naar 5,0 maanden.

In de totale bouw is in juni de orderportefeuille per saldo met een tiende maand toegenomen tot 7,1 maanden.

Van de bouwbedrijven geeft bijna acht op de tien aan geen stagnatie in onderhanden werk te ondervinden. Begin dit jaar gaf nog twee derde van de bouwbedrijven aan geen stagnatie te ondervinden. Ruim een tiende van de bedrijven ondervindt in de bouw stagnatie als gevolg van onvoldoende orders. Zeven op de tien bedrijven beoordeelt hun huidige orderpositie als normaal, terwijl minder dan twee op de tien deze als klein beoordeelt. Acht op de tien bedrijven verwacht geen verandering van personeelsbezetting. Bijna drie kwart van de bouwbedrijven verwacht dat prijzen gelijk blijven.

Dit blijkt uit de conjunctuurmeting in de bouwnijverheid van juli 2015 van het Economisch Instituut voor de Bouw. Deze meting wordt uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie. Aan de conjunctuurmeting verlenen ruim 400 hoofdaannemingsbedrijven met meer dan tien personeelsleden hun medewerking.

Bron: Economisch Instituut voor de Bouw, 17 augustus 2015